ECLI:NL:RVS:2007:BB8862
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belang bij beoordeling beroep verblijfsvergunning regulier voor naturalisatie
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd door de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant volgens haar geen belang zou hebben, aangezien hij op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) al rechtmatig verblijf zou genieten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank dit belang heeft miskend. Appellant kan namelijk belang hebben bij een eerdere ingangsdatum van het rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning regulier, wat relevant is voor de duur van het rechtmatig verblijf die een voorwaarde is voor naturalisatie.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelt de Afdeling de proceskosten vast en gelast de vergoeding van het betaalde griffierecht door de Staat.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.