ECLI:NL:RVS:2007:BB8873
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid lidstaat voor asielverzoek binnen twaalfmaandentermijn
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van de staatssecretaris van Justitie vernietigde om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te weigeren. De kern van het geschil is de toepassing van Verordening (EG) 343/2003, waarin wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek.
De vreemdeling had op 5 januari 2006 illegaal de grens met Griekenland overschreden en diende op 7 september 2006 een asielverzoek in Nederland in. Volgens artikel 10, eerste lid, van de Verordening eindigt de verantwoordelijkheid van de lidstaat waar de grens illegaal werd overschreden twaalf maanden na die datum, dus op 5 januari 2007. Omdat het verzoek binnen deze termijn werd ingediend, bleef Griekenland verantwoordelijk.
De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigde dat de termijn van twaalf maanden niet was overschreden en dat de verantwoordelijkheid van Griekenland derhalve niet was geëindigd. Daarnaast werd het betoog van de vreemdeling over het risico op refoulement naar aanleiding van het UNHCR-rapport verworpen.
De Raad van State besloot dat het besluit van 20 februari 2007 van de staatssecretaris rechtmatig was en wees het beroep van de vreemdeling af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd.