ECLI:NL:RVS:2007:BC0705
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Status gezinslid bij overlijden Turkse werknemer volgens Besluit nr. 1/80
De zaak betreft een vreemdeling die aanspraak maakt op verblijfsrecht als gezinslid van een Turkse werknemer op grond van artikel 7 van Pro Besluit nr. 1/80. Na het overlijden van zijn vader, de Turkse werknemer, werd de verblijfsvergunning van de vreemdeling niet verlengd. De rechtbank had geoordeeld dat het overlijden als een objectieve omstandigheid kan gelden die het samenlevingsvereiste beïnvloedt.
De staatssecretaris stelde echter dat de status van gezinslid eindigt bij het overlijden van de Turkse werknemer, hetgeen volgens de Raad van State volgt uit de bewoordingen van artikel 7 en Pro het arrest van het Hof van Justitie. Dit arrest benadrukt dat het verblijfsrecht is gekoppeld aan het daadwerkelijk samenwonen met de Turkse werknemer gedurende een bepaalde periode.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet voldoet aan de vereiste periode van legaal wonen bij de Turkse werknemer, waardoor geen verblijfsrecht kan worden ontleend.
De proceskosten worden vastgesteld en de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De status van gezinslid vervalt bij het overlijden van de Turkse werknemer, waardoor de vreemdeling geen verblijfsrecht ontleent aan artikel 7 van Besluit nr. 1/80.