ECLI:NL:RVS:2007:BC0711
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beoordelingsruimte minister bij verruimde gezinshereniging en weigering mvv
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had toegewezen. De vreemdeling had een verzoek ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van verruimde gezinshereniging.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de minister een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 3.24 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechter dient terughoudend te zijn en slechts te toetsen of het besluit voldoet aan de wettelijke voorschriften en of de minister redelijkerwijs de omstandigheden niet als schrijnend heeft kunnen aanmerken. Een eigen beoordeling door de rechter is niet toegestaan.
De minister heeft terecht geoordeeld dat de medische klachten van de vreemdeling niet zodanig waren dat achterlating een schrijnende situatie opleverde. Ook andere omstandigheden, zoals de meerderjarigheid van de vreemdeling, ondersteuning door haar vader en het volgen van een opleiding, rechtvaardigen geen afwijking van het restrictieve toelatingsbeleid.
De Afdeling oordeelt dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Tevens wordt een beroep op het recht op gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro verworpen, omdat er geen bijzondere afhankelijkheid is aangetoond die een positieve verplichting tot verlening van een mvv zou opleggen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van de mvv wordt bevestigd.