ECLI:NL:RVS:2007:BC1068
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over voortvarendheid staatssecretaris bij vreemdelingenbewaring en asielaanvraag
Appellant is op 3 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil is of de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting, terwijl appellant voorafgaand aan de inbewaringstelling te kennen had gegeven een asielaanvraag te willen indienen. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris pas op 17 oktober 2007 appellant in de gelegenheid stelde de asielaanvraag in te dienen en in afwachting daarvan geen uitzettingshandelingen verrichtte.
Hierdoor is de rechtbank ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris met voldoende voortvarendheid aan de uitzetting heeft gewerkt. De maatregel van bewaring moet daarom als onrechtmatig worden beschouwd. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en aan appellant wordt schadevergoeding en proceskosten toegekend.