ECLI:NL:RVS:2007:BC1252
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel in het kader van Dublinverordening en geboorte minderjarig gezinslid
De staatssecretaris van Justitie heeft op 24 mei 2007 besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de situatie van minderjarige gezinsleden onlosmakelijk verbonden is met die van de ouder of voogd volgens artikel 4, derde lid, van de Dublinverordening, en dat kinderen geboren na aankomst dezelfde behandeling krijgen als de asielzoeker zonder nieuwe procedure. De Raad oordeelt dat de geboorte van een kind weliswaar een nieuw feit is volgens artikel 83 Vreemdelingenwet Pro 2000, maar gelet op de Dublinverordening kan dit niet leiden tot wijziging van de besluiten van 24 mei 2007.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken over de toepassing van de Dublinverordening en de verantwoordelijkheden van Griekenland, en concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft aangenomen dat Griekenland zijn internationale verplichtingen zal nakomen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.