ECLI:NL:RVS:2007:BC1400
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Oosting
- H.P.J.A.M. Hennekens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging milieuvergunning voor afvalverbranding wegens onvoldoende emissienormen SO2 en NH3
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 18 december 2006 de milieuvergunning voor de afvalverbrandingsinstallatie van DRSH Zuiveringsslib N.V. gewijzigd. De Stichting Werkgroep Derde Merwedehaven stelde beroep in tegen dit besluit, met name over de emissiegrenswaarden en de toepassing van het Besluit verbranden afvalstoffen (Bva).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat niet alle gronden als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Het college had beoordelingsvrijheid bij het vaststellen van emissiegrenswaarden en het toepassen van beste beschikbare technieken (BBT). Voor de meeste stoffen voldeed het besluit aan deze eisen, mede op basis van het BREF-document voor afvalverbranding.
Echter, voor zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) voldeed het besluit niet aan de BBT-eisen, omdat de emissiegrenswaarden niet binnen de prestatieranges van het BREF WI vielen en er onvoldoende normen waren gesteld voor halfuurs- en daggemiddelde waarden. Daarom werd het besluit voor deze punten vernietigd en moest het college binnen 13 weken een nieuw besluit nemen. Voor de overige punten werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van het college van GS Zuid-Holland wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege onvoldoende emissiegrenswaarden voor zwaveldioxide en ammoniak.