ECLI:NL:RVS:2007:BC1581
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks asielaanvraag
Appellant is op 26 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft op 27 oktober 2007 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting.
De Raad van State stelt echter vast dat de staatssecretaris ten tijde van de behandeling bij de rechtbank op 19 november 2007 geen uitzettingshandelingen had verricht en dat de voortzetting van de bewaring zonder bijzondere omstandigheden onrechtmatig is. De staatssecretaris had weliswaar de asielprocedure gestart, maar had geen andere handelingen getroffen om de duur van de bewaring te beperken.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat de vrijheidsontnemende maatregel ingevolge artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 per direct wordt opgeheven. Tevens wordt aan appellant een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring en worden proceskosten vergoed.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt per direct opgeheven en aan appellant wordt een schadevergoeding toegekend.