Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(thans: de minister van Veiligheid en Justitie), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; en
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
12lp’s toegezegd:
5nationaliteitsbevestigingen
3door het
1door het consulaat in Amsterdam en
2
1
1
2
1