ECLI:NL:RVS:2008:BC2080
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering monumentenvergunning wegens procedurefout
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde op 31 mei 2006 een vergunning op grond van artikel 11 van Pro de Monumentenwet 1988 aan het Waterschap Brabantse Delta voor nieuwbouw op het complex Bouvigne. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van het Waterschap ongegrond. Het Waterschap stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college niet voldeed aan artikel 3:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door een ontwerpbesluit ter inzage te leggen zonder daarin een standpunt over de vergunningverlening op te nemen. Dit is geen schending van een vormvoorschrift maar raakt de inhoud van het besluit, waardoor het besluit niet in stand kan blijven op grond van artikel 6:22 Awb Pro.
De Afdeling vernietigde het besluit en verklaarde het beroep gegrond. De voorgestelde wijzigingen in het bouwplan waren van dien aard dat het college de vergunning mocht weigeren. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan het Waterschap.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:11 Awb, het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.