ECLI:NL:RVS:2008:BC3228
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overdracht vreemdeling aan Griekenland conform Dublinverordening rechtmatig is
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen door de staatssecretaris van Justitie. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet alleen heeft vertrouwd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, maar ook heeft onderzocht of er concrete aanwijzingen zijn dat Griekenland zijn verplichtingen uit het EVRM en het Vluchtelingenverdrag jegens de vreemdeling niet zal nakomen. Diverse rapporten en stukken over de situatie in Griekenland werden besproken, maar deze bevatten geen concrete gegevens die een schending van internationale verplichtingen aannemelijk maken.
De Raad van State verwijst naar eerdere uitspraken waarin soortgelijke kwesties zijn behandeld en bevestigt dat de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.