Uitspraak
200406067/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen heeft op 14 juni 2005 bestuursdwang toegepast door de fiets van appellant in het Stationsgebied te verwijderen en op te slaan. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze maatregel, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden dit ongegrond.
De Raad van State overweegt dat het college bevoegd was tot bestuursdwang op grond van de APV, omdat de fiets stond in een gebied waar fietsen buiten de daarvoor bestemde plaatsen verboden zijn. De spoedeisendheid werd onderbouwd door de locatie nabij een drukke toegangsweg tot het station waar bouwwerkzaamheden plaatsvonden en foutief gestalde fietsen overlast en gevaar veroorzaakten.
Appellant voerde aan dat het college had moeten afzien van bestuursdwang vanwege bijzondere omstandigheden en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat hij geen waarschuwing kreeg. De Raad van State oordeelt dat het college in het algemeen belang handhavend moest optreden en dat de specifieke afspraken met de NS de situatie rechtvaardigden. De verwijdering zonder waarschuwing was gerechtvaardigd vanwege de spoedeisendheid.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot bestuursdwang en wijst het hoger beroep af.