ECLI:NL:RVS:2008:BC3683
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen bij terugkeer naar de Democratische Republiek Congo
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake verblijfsvergunningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) die terugkeren naar de Democratische Republiek Congo (DRC). De minister had per 26 juni 2005 een verblijfsvergunning verleend onder de voorwaarde dat adequate opvang in de DRC aanwezig is, gebaseerd op informatie over het opvangcentrum Don Bosco.
De vreemdelingen stelden dat zij niet vrijwillig zouden terugkeren en daarom geen gebruik zouden maken van de opvang, en dat het contract met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zou aflopen, waardoor geen structurele opvang zou bestaan. De rechtbank oordeelde dat er geen adequate opvang was, wat leidde tot vernietiging van de besluiten.
De Raad van State oordeelt dat het opvangcentrum Don Bosco adequate opvang biedt voor amv's die vrijwillig terugkeren, en dat het contract voorziet in opvang tot de leeftijd van achttien jaar. De keuze van de vreemdelingen om niet vrijwillig terug te keren is voor eigen risico. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt dat de minister zich redelijk heeft opgesteld ten aanzien van het Verdrag inzake de rechten van het kind en dat geen aanleiding bestaat om van de minister af te wijken. De procedurekostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond omdat adequate opvang beschikbaar is voor vrijwillige terugkeer.