ECLI:NL:RVS:2008:BC4494
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel over naleving Griekse asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie op 26 juni 2007 werd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage had deze afwijzing op 13 september 2007 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat eerdere uitspraken over de naleving van de Dublinverordening en de situatie in Griekenland van toepassing zijn. De vreemdeling had onder meer een persbericht en rapporten overgelegd die zouden aantonen dat Griekenland zijn verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM niet nakomt.
De Afdeling oordeelde dat deze stukken geen concrete feiten bevatten waaruit blijkt dat Griekenland na de aangekondigde procedurewijzigingen niet aan zijn verplichtingen zal voldoen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft daarom van toepassing. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.