ECLI:NL:RVS:2008:BC5759
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieuvergunning wegens onvoldoende geurhinderonderzoek nabij bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Koggenland verleende op 13 maart 2007 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een banketbakkerij op een perceel te Koggenland. Hiertegen stelde appellante beroep in bij de Raad van State. Zij voerde onder meer aan dat het besluit onvoldoende rekening hield met geurhinder en de mogelijke verspreiding van schimmels, allergenen en stof.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op stofhinder, het Besluit luchtkwaliteit 2005 en de verspreiding van gisten, schimmels en allergenen, omdat hierover geen zienswijzen waren ingediend. Wel was het beroep ontvankelijk en gegrond voor het onderdeel geurhinder. De Raad stelde vast dat het college ten onrechte had aangenomen dat het bedrijfsgebouw van appellante geen geurgevoelig object was. Omdat het gebouw binnen 100 meter van de inrichting ligt en mensen er langdurig verblijven, geldt een afgeleide bescherming van de geurimmissienorm.
Het college had echter niet onderzocht wat het beschermingsniveau ter plaatse was en of dit voldoende was. Dit leidde tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar geurhinder bij een geurgevoelig bedrijfsgebouw.