ECLI:NL:RVS:2008:BC6449
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens tewerkstelling zonder vergunning volgens Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €16.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze boete. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de verklaringen van de vreemdelingen, op ambtsbelofte opgemaakt door de Arbeidsinspectie, als juist mogen worden aangenomen. Tevens oordeelde de Raad dat appellant als feitelijk werkgever moet worden aangemerkt, ook al was de besloten vennootschap nog in oprichting en had appellant geen personeel in dienst. De vreemdelingen verrichtten schilderwerkzaamheden in opdracht van appellant, die de opdracht had aangenomen en de vreemdelingen via een stichting had ingeschakeld.
Verder stelde appellant dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkten en dat daarom geen vergunning nodig was, maar de Raad oordeelde dat de omstandigheden wezen op een gezagsverhouding en dat de vreemdelingen niet zelfstandig waren. Ook het argument dat de boete niet gehandhaafd kon worden vanwege latere vrijstelling van Poolse werknemers faalde, evenals het betoog dat appellant niet op de hoogte was van de vergunningplicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.