Uitspraak
200509193/1, overwogen dat het enkele feit dat [appellant sub 2] eigenares is van het, in de onmiddellijke nabijheid van het bouwplan gelegen perceel [locatie] voldoende is om haar aan te merken als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De omstandigheid dat [appellant sub 2] niet in de op dat perceel staande woning woont, doet daaraan niet af.
200410639/1) is de norm NEN 2057 enkel van toepassing op verblijfsruimten op het perceel waarop het bouwplan ziet en mag deze niet als toetsingskader worden gehanteerd voor beantwoording van de vraag in hoeverre het bouwplan een vermindering van daglichttoetreding voor het naburig perceel tot gevolg heeft. Aldus is niet kenbaar dat het college, bij de afweging van de belangen in het kader van het verlenen van ontheffing van de Bouwverordening een juiste beoordelingsmethode heeft toegepast. Het vorenstaande in aanmerking genomen heeft de rechtbank het besluit van 30 december 2005 in zoverre terecht vernietigd omdat onvoldoende blijk is gegeven van een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Awb en wordt aan een beoordeling van het door [appellante sub 1] ingebrachte rapport van akoestisch bureau Peutz B.V. niet toegekomen.