ECLI:NL:RVS:2008:BC7135
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na taalanalyse
De vreemdeling uit het Nuba-gebied in Soedan had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De minister had deze aanvraag afgewezen en de eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingetrokken op grond van een taalanalyse die twijfel zaaide over de juistheid van de opgegeven herkomst.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd wegens onvoldoende motivering over de aanleiding voor de taalanalyse en twijfel over de conclusies daarvan. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de minister niet verplicht was te motiveren waarom de taalanalyse was verricht, omdat bij de aanvraag opnieuw getoetst moest worden of aan de voorwaarden werd voldaan. De contra-expertise bevestigde de taalanalyse, en de door de vreemdeling aangevoerde documenten boden geen concrete aanknopingspunten voor twijfel.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor het besluit van 28 september 2006 om de aanvraag af te wijzen en de verblijfsvergunning in te trekken, stand hield. Het inleidende beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd werd afgewezen en de eerdere vergunning ingetrokken, met vernietiging van het vonnis van de rechtbank.