ECLI:NL:RVS:2008:BC7616
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang voor bouwkundige voorzieningen zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Soest had aan appellant bestuursdwang opgelegd om een verdiepingsvloer, trap en convectorputten te verwijderen en de vloer dicht te storten, omdat hiervoor geen bouwvergunning was verleend. Appellant stelde dat voor deze voorzieningen wel een vergunning kon worden verleend omdat het gebruik van de opstal voor opslag is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen het bestuursdwangbesluit ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat geen concreet zicht op legalisering van de bouwkundige voorzieningen bestaat, mede omdat het college niet had toegelicht waarom de voorzieningen niet ten behoeve van opslag konden dienen.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed. Er was geen aanleiding het gelijkheidsbeginsel toe te passen zoals door appellant betoogd.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij bestuursdwang en het concrete zicht op legalisering als uitzondering op handhaving.
Uitkomst: Het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het concrete zicht op legalisering.