Uitspraak
200105029/1), kunnen immers ook documenten afkomstig van derden die niet tot de kring van de overheid behoren worden aangemerkt als documenten bedoeld voor intern beraad, zolang de documenten met dat oogmerk zijn opgesteld.
Raad van State
De korpschef van de politieregio Brabant Zuid-Oost weigerde op 27 oktober 2005 het verzoek van appellant om openbaarmaking van enkele e-mailberichten. Het bezwaar hiertegen werd door de korpsbeheerder ongegrond verklaard, en de rechtbank 's-Hertogenbosch bevestigde deze beslissing in september 2007.
Appellant stelde in hoger beroep dat de e-mails niet alleen intern waren en dat sommige afkomstig waren van niet-overheidspersoneel, en dat bepaalde inhoud geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatte. Tevens betwistte hij dat de bijlage bij een e-mail onder het besluit viel.
De Raad van State oordeelde dat de e-mails duidelijk waren opgesteld ten behoeve van intern beraad binnen de overheid, ook al waren sommige van derden afkomstig. De inhoud bevat persoonlijke beleidsopvattingen, waaronder twijfels over de identiteit van appellant en zijn gemachtigde. De bijlage werd als onlosmakelijk onderdeel van de e-mailwisseling beschouwd en valt eveneens onder de weigering.
De Afdeling bevestigde dat openbaarmaking terecht is geweigerd op grond van artikel 11 van Pro de Wob, en dat de korpsbeheerder zich terecht op het standpunt kon stellen dat openbaarmaking in niet tot personen herleidbare vorm niet passend was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de e-mailberichten wordt bevestigd.