ECLI:NL:RVS:2008:BD0349
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursdwangbesluit wegens onterecht aanmerken als overtreder
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo had op 10 mei 2006 bestuursdwang toegepast tegen Rumeta B.V. wegens het zonder vergunning opslaan van natriumdichromaat. Appellant werd als overtreder aangemerkt en aansprakelijk gesteld voor de kosten. Appellant voerde aan dat hij geen zeggenschap had over Rumeta B.V. en niet als drijver kon worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant nooit een formele positie bij Rumeta B.V. had en slechts ad hoc contactpersoon was tot oktober 2005. Er was geen bewijs dat hij na die datum betrokken was bij de activiteiten of toegang had tot de opslagplaats. Daarmee ontbrak de noodzakelijke zeggenschap om als overtreder te worden aangemerkt.
Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, het besluit van 2 april 2007 en het primaire bestuursdwangbesluit van 10 mei 2006 werden vernietigd en herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van het overtrederschap bij bestuursdwang en bevestigt dat alleen degene met feitelijke zeggenschap als overtreder kan worden aangesproken.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit is vernietigd omdat appellant niet als overtreder kan worden aangemerkt en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.