ECLI:NL:RVS:2008:BD0355
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €8.000 op aan appellante wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de toezichthouder onzorgvuldig had gehandeld door het bezwaarschrift voor commentaar voor te leggen aan de inspecteur die het boeterapport had opgesteld, wat volgens haar de functiescheiding tussen toezicht en boeteoplegging schond. Ook voerde zij aan dat de vreemdeling rechtmatig arbeid had verricht op grond van verblijfsrechtelijke bepalingen uit het Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije.
De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad van State oordeelde dat de functiescheiding niet was geschonden omdat de toezichthouder geen inhoudelijk commentaar had geleverd en dat het onderzoek volledig was afgerond. Tevens werd geoordeeld dat de vreemdeling niet kon worden vrijgesteld van de tewerkstellingsvergunning omdat hij niet voldeed aan de vereisten van artikel 6 van Pro Besluit nr. 1/80.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat een volle toetsing had plaatsgevonden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.