ECLI:NL:RVS:2008:BD1179
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuw feit en beleidswijziging bij categoriale bescherming asielzoekers uit Noord-Somalië
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel aan een vreemdeling vernietigde. De vreemdeling stelde dat de situatie in Noord-Somalië was verslechterd, waardoor het bestaande categoriale beschermingsbeleid voor Somaliërs aangepast moest worden.
De Raad van State bevestigt dat nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die na het eerdere besluit zijn opgekomen, zoals de verslechterde veiligheidssituatie in Noord-Somalië, toetsing van het besluit mogelijk maken. De staatssecretaris heeft een ruime beoordelingsmarge bij het bepalen of een categoriale bescherming moet worden toegekend, maar de verslechtering kan niet op voorhand worden uitgesloten als relevant.
De Raad overweegt dat het besluit van 4 december 2007 zorgvuldig is genomen en de motivering deugdelijk is, ondanks het ontbreken van overleg met de Tweede Kamer. De staatssecretaris had moeten onderzoeken of de verslechterde situatie aanleiding gaf tot wijziging van het beschermingsbeleid, maar ging slechts in op de vraag of het bestaande beleid als relevante wijziging van het recht kon worden aangemerkt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.