ECLI:NL:RVS:2008:BD1486
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitwegvergunning wegens verkeersveiligheid en doelmatigheid
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees de aanvraag van een uitwegvergunning af voor een perceel aan de Zijpendaalseweg te Arnhem. De aanvrager stelde dat er reeds vóór 21 juni 1976 een uitweg bestond en dat overgangsrecht van toepassing is, maar dit werd door de rechtbank en de Raad van State niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat het college het zwaarwegende belang van verkeersveiligheid en doelmatig gebruik van de weg in redelijkheid mocht laten prevaleren boven het belang van de aanvrager. De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het ontbreken van fysieke kenmerken van een uitweg en het ontbreken van een ontheffing op 21 juni 1976 het vereiste van een vergunning rechtvaardigt.
Adviezen van de korpschef en een verkeersdeskundige wezen op de onveilige situatie die een uitweg op deze gebiedsontsluitingsweg zou veroorzaken, mede doordat de uitweg uitkomt op een kort wegvak tussen twee verkeerslichten en een fietspad en voetpad moet worden gekruist. De Raad van State vond dat het college deze adviezen terecht ten grondslag heeft gelegd aan het besluit en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de uitwegvergunning vanwege verkeersveiligheid en doelmatig weggebruik.