ECLI:NL:RVS:2008:BD1544
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring in AC-procedure
De vreemdeling werd op 14 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en overgebracht naar het Aanmeldcentrum Schiphol (AC Schiphol) voor de indiening van een asielaanvraag. De rechtbank had geoordeeld dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 17 maart 2008, omdat de zogenoemde 48-uursprocedure was verstreken, en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat uit de beleidsregels en de Vreemdelingenwet 2000 niet volgt dat de bewaring vóór het verstrijken van de wettelijke termijn van vier weken (of zes weken bij toepassing van artikel 39) opgeheven moet worden wanneer de AC-procedure niet geschikt blijkt voor de afhandeling van de asielaanvraag.
De staatssecretaris heeft de keuze om de bewaring voort te zetten of te beëindigen en de vreemdeling in een opvangcentrum te plaatsen. Er zijn geen regels die een termijn stellen voor de overgang van de AC-procedure naar de normale procedure. Daarom was de bewaring niet onrechtmatig vanaf 17 maart 2008. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank.