ECLI:NL:RVS:2010:BN4043
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. Van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en belangenafweging bij gebruik vals paspoort en AC-procedure
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling van een vreemdeling had opgeheven. De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van het vermoeden dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken, mede vanwege het gebruik van een vals paspoort en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de belangen van de openbare orde zwaarder wogen dan die van de vreemdeling, mede omdat het valse document niet was gebruikt om Nederland binnen te komen en de vreemdeling geen intentie had om hier asiel aan te vragen. De Raad van State stelt echter dat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn met eerdere uitspraken en dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat bewaring gerechtvaardigd was.
Verder klaagde de vreemdeling dat de bewaring na het stopzetten van de aanmeldcentrum-procedure (AC-procedure) had moeten worden opgeheven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister de keuze heeft om de bewaring in stand te laten of de vreemdeling in een opvangcentrum te plaatsen, zonder dat daarvoor specifieke termijnen gelden.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waardoor de bewaring van de vreemdeling in stand blijft.