ECLI:NL:RVS:2008:BD2085
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen voor onrechtmatige tewerkstelling
Appellante kreeg een boete van €32.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij op 25 mei 2005 vier Poolse vreemdelingen arbeid liet verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat twee van de vreemdelingen als werknemers en niet als zelfstandigen werkten, waardoor een vergunning verplicht was. Appellante voerde aan dat deze vreemdelingen zelfstandigen waren en dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst aan jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Raad van State oordeelde dat er sprake was van een gezagsverhouding en dat de werkzaamheden als werknemer werden verricht. Verder werd het betoog dat de boete wegens termijnoverschrijding niet opgelegd kon worden verworpen, evenals het beroep op het ne bis in idem-beginsel en het evenredigheidsbeginsel. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging van €32.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder vergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.