Uitspraak
200409930/1) moet bij de beantwoording van de vraag of de schade anderszins is verzekerd, waarop het geschil in hoger beroep zich toespitst, rekening worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden.
Raad van State
De gemeenteraad van Uitgeest wees een verzoek tot vergoeding van planschade af dat was ingediend door de eigenaar van een perceel dat door het bestemmingsplan "Waldijk" in een nadeliger planologische positie was geraakt. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en kende een schadevergoeding toe van €15.000.
De gemeenteraad stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de planschade voldoende was gecompenseerd door de aankoop van een deel van het perceel en de toezegging van planologische medewerking voor het bouwen van een woning. De Raad van State overwoog dat de aankoop van grond en het bestemmingsplan met elkaar samenhangen en dat de toezegging om planologische medewerking te verlenen reëel is, mede omdat vergelijkbare toezeggingen aan buren zijn nagekomen.
De Raad concludeerde dat de waardestijging van het achterste gedeelte van het perceel en de bovengemiddelde verkoopprijs van de grond samen de planschade compenseren. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de planschadevergoeding wordt ongegrond verklaard omdat de schade anderszins is verzekerd.