ECLI:NL:RVS:2008:BD2143
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Noord-Irak
De vreemdeling was op 6 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 18 maart 2008 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, daarbij ook schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting van de vreemdeling naar Noord-Irak, mede aan de hand van het bezit van een geldig Iraaks paspoort.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen zicht op uitzetting was, mede omdat er sinds januari 2007 geen uitzettingen naar Irak hadden plaatsgevonden. De staatssecretaris betoogde echter dat de vreemdeling over een geldig paspoort beschikte, wat door de rechtbank niet juist was beoordeeld.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling inderdaad over een geldig Iraaks paspoort beschikt, dat bij zijn gemachtigde ligt en dat dit niet door de vreemdeling was betwist. Hierdoor was er wel degelijk zicht op uitzetting. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 13 mei 2008 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.