Uitspraak
200407821/1 en 200407821/2, en van 5 april 2006 in zaak nr.
200507727/1, geen oordeel is gegeven over de verbindendheid van dit artikel. Volgens [appellante] is de rechtbank er aldus ten onrechte aan voorbijgegaan dat blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de WHW enkel beoogd is om met de Regeling een administratieve regeling vast te stellen. Het vervallen verklaren van de aanmelding kan volgens haar niet als een administratieve maatregel worden aangemerkt, zodat de minister met hetgeen is bepaald in artikel 11 van Pro de Regeling zijn regelgevende bevoegdheid heeft overschreden en dit artikel derhalve buiten toepassing dient te blijven.
200507727/1) betreft artikel 11 van Pro de Regeling een dwingende bepaling en bevat de Regeling op dit punt geen hardheidsclausule. Derhalve bestond voor de hoofddirectie geen ruimte om in zeer bijzondere gevallen in afwijking van dat artikel te beslissen. De rechtbank is dan ook terecht voorbijgegaan aan hetgeen [appellante] in dit verband heeft aangevoerd.