ECLI:NL:RVS:2008:BD3198
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep vreemdeling op subsidieregeling bescherming wegens gewapend conflict in Libanon
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte niet had vastgesteld dat hij aanspraak kon maken op bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG, die bescherming biedt bij ernstige schade door willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling aannemelijk moest maken dat ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict in het deel van Libanon waar hij vandaan kwam. De staatssecretaris had de verklaring van de vreemdeling dat hij afkomstig was uit het Palestijnse vluchtelingenkamp Ein El-Hilweh uitdrukkelijk ongeloofwaardig geacht. De rechtbank had dit oordeel getoetst en geen reden gevonden dit te vernietigen.
Omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij uit Ein El-Hilweh afkomstig was, en ook niet uit andere vluchtelingenkampen in Libanon, viel hij niet onder de reikwijdte van artikel 15c van de richtlijn. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.