Uitspraak
200603912/1speelt in een geval als het onderhavige de persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van de inrichting noopt. [appellant] en zijn beheerders zijn verantwoordelijk voor de gang van zaken in de inrichting en zij dienen afdoende maatregelen te treffen teneinde feiten als hier in geding te voorkomen. De gestelde omstandigheid dat de aanwezigheid van cocaïne in de inrichting appellant niet kan worden aangerekend kan, wat daar van zij, niet als een bijzondere omstandigheid worden aangemerkt.
200600100/1) dient in het besluit tot toepassing van bestuursdwang ten aanzien van de sluiting van een horeca-inrichting een termijn te worden gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging van het bevel, zijnde de daadwerkelijke sluiting van overheidswege, kan voorkomen door zelf tot sluiting over te gaan.