ECLI:NL:RVS:2008:BD3909
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiariteitsstatus vreemdeling uit DRC in verband met binnenlands gewapend conflict
De vreemdeling, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat de situatie in Kinshasa onveilig was vanwege gevechten tussen Congolese autoriteiten en strijdkrachten van Jean-Pierre Bemba, en dat zij daardoor aanspraak maakte op subsidiariteitsbescherming op grond van artikel 15c van richtlijn 2004/83/EG.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 15c geen relevante wijziging van het recht voor de vreemdeling vormde, omdat niet was vastgesteld dat zij afkomstig was uit de DRC en dat er geen sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Kinshasa. De Raad van State stelde vast dat de afkomst uit de DRC als vaststaand moest worden aangenomen, maar dat de vreemdeling niet had aangetoond dat er ten tijde van het besluit van 23 januari 2007 sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Kinshasa of dat zij gevolgen ondervond van een conflict elders in de DRC.
De Raad van State bevestigde dat de gevechten van 22 tot 24 maart 2007 niet kwalificeerden als een aanhoudend militair conflict en dat de vreemdeling niet voldeed aan de criteria voor subsidiariteitsbescherming. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.