ECLI:NL:RVS:2005:AT5088
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening huurprijsbeschikking woning
Appellant verzocht de Staatssecretaris om terug te komen op de beschikking van 11 december 1995 waarin de huurprijs van een woning was vastgesteld. Na afwijzing van dit verzoek en het bezwaar, stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het besluit op bezwaar vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden die herziening van de oorspronkelijke huurprijsbeschikking rechtvaardigen. Appellant stelde dat onder meer een akkoordverklaring tussen huurder en verhuurder, een arrest van de Hoge Raad en een exploitatieberekening als nieuwe feiten moeten worden beschouwd.
De Raad van State oordeelt dat deze feiten en omstandigheden niet als nieuw kunnen worden aangemerkt, omdat zij reeds bekend waren of hadden kunnen zijn bij appellant ten tijde van de eerdere besluiten. Het beginsel van ne bis in idem en artikel 4:6 Awb Pro worden hierbij toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.