ECLI:NL:RVS:2008:BD5376
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring bestemmingsplan voor recreatieve doeleinden in Purmerend
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland keurde het bestemmingsplan "De Purmer 2005" goed, vastgesteld door de gemeenteraad van Purmerend. Appellant sub 1 betoogde dat zijn percelen onterecht de bestemmingen "Woondoeleinden", "Erven III" en "Tuinen" hadden gekregen, waardoor bedrijfsuitoefening onmogelijk werd gemaakt. Hij stelde dat de bestemming "Gemengde doeleinden IV" meer passend was. De Raad oordeelde dat het college en de raad zich in redelijkheid op het standpunt konden stellen dat het conserverende karakter van het plan rechtvaardigde dat de bestaande woonbestemmingen werden gehandhaafd en dat de bedrijfsbestemming ongewenst ruim zou zijn.
Appellant sub 1 voerde ook aan dat bijgebouwen niet als zodanig waren bestemd vanwege het ontbreken van bouwvlakken op de plankaart, en dat een loods onterecht niet positief was bestemd. De Raad overwoog dat de bijgebouwen wel degelijk onder de bestemming "Erven III" vielen en dat de loods onder het overgangsrecht viel, wat passend was gezien het beleid om voormalige agrarische bebouwing in het buitengebied op termijn te laten verdwijnen. Het gebruik van bepaalde gebouwen als zelfstandige woningen werd als illegaal beoordeeld.
Appellant sub 2 stelde dat zijn perceel ten onrechte de bestemming "Recreatieve doeleinden" had gekregen, terwijl het in het vorige plan een uit te werken woonbestemming had. Hij betoogde dat een goede ruimtelijke onderbouwing ontbrak voor het wegbestemmen van de woonbestemming en dat een wijzigings- of binnenplanse vrijstellingsbevoegdheid had moeten worden opgenomen. De Raad oordeelde dat het college geen deugdelijke motivering had gegeven waarom woningbouwmogelijkheden waren geweigerd en dat het besluit daarom vernietigd moest worden voor het plandeel van appellant sub 2.
De Raad verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en dat van appellant sub 1 ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant sub 2.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zijn perceel; het beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard.