ECLI:NL:RVS:2013:292
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landelijk Gebied gemeente Leidschendam-Voorburg wegens strijd met zorgvuldigheid en rechtszekerheid
De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg stelde op 7 februari 2012 het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' vast. Diverse appellanten en de besloten vennootschap Recreatiecentrum Vlietland B.V. stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen en oordeelde over de ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden.
De Afdeling stelde vast dat sommige beroepen niet-ontvankelijk waren omdat zij niet steunden op een bij de raad ingediende zienswijze. Voor de ontvankelijke beroepen beoordeelde de Afdeling of het plan in overeenstemming was met het vereiste van zorgvuldigheid en rechtszekerheid. Diverse appellanten voerden aan dat bestaande legale gebruiksmogelijkheden en bouwwerken niet adequaat waren bestemd, dat het plan onzorgvuldig was voorbereid, en dat het plan strijdig was met beleidsregels en rechtszekerheid.
De Afdeling oordeelde dat op meerdere punten het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid, onder meer doordat bestaande gebruiksmogelijkheden ten onrechte opnieuw onder het overgangsrecht waren gebracht zonder concreet zicht op beëindiging. Ook was de motivering voor het niet bestemmen van bepaalde bouwwerken onvoldoende. Daarnaast was het plan op enkele onderdelen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling vernietigde daarom diverse plandelen en planregels. Voor andere beroepen, waaronder die van enkele niet-agrarische bedrijven en het Recreatiecentrum Vlietland, werd het beroep ongegrond verklaard.
De raad werd opgedragen binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Proceskosten werden deels toegewezen aan bepaalde appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding, adequate motivering en rechtszekerheid bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt delen van het bestemmingsplan en draagt de raad op binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen.