ECLI:NL:RVS:2008:BD5389
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- B. van Wagtendonk
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegaal passagiersvervoer met rondvaartboot in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 22 april 2005 een last onder dwangsom op aan appellante wegens het vervoeren van passagiers met een rondvaartboot zonder vergunning, in strijd met artikel 2.12 van de Verordening op de haven en het binnenwater 1995 (VHB). Appellante beriep zich op een interne regeling, de Aanvulling Volumebeleid, die onder voorwaarden vrijstelling zou bieden van de vergunningplicht.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat deze interne regeling niet in overeenstemming is met artikel 2.12 VHB en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij het besluit van het college werd bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat de regeling wel rechtsgeldigheid heeft en dat het college onterecht handhavend optrad, mede omdat zij door de strafrechter was vrijgesproken van een overtreding op 15 april 2005.
De Raad van State overwoog dat het college terecht handhavend optrad op grond van de geconstateerde overtredingen op 22 en 24 maart 2005, ongeacht de strafrechtelijke vrijspraak voor de latere datum. Het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de overtredingen duidelijk waren en het college ook andere rederijen handhaafde. De last onder dwangsom was voldoende duidelijk omschreven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de last onder dwangsom wegens illegaal passagiersvervoer zonder vergunning.