ECLI:NL:RVS:2008:BD6653
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs van verzending herstelverzuimbrief door bestuursorgaan
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat de staatssecretaris niet aannemelijk had gemaakt dat een herstelverzuimbrief van 9 januari 2007 daadwerkelijk was verzonden aan de gemachtigde van de vreemdeling.
De staatssecretaris stelde dat het datumstempel "10 JAN 2007" op de brief de verzenddatum aangaf, maar kon dit niet onderbouwen met een verzendadministratie of andere bewijsstukken. Volgens vaste jurisprudentie moet het bestuursorgaan aannemelijk maken dat een niet aangetekende brief daadwerkelijk is verzonden, en een juiste adressering alleen is onvoldoende.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de verzending niet aannemelijk was gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling en werd een griffierecht aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.