ECLI:NL:RVS:2009:BJ3040
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bekendmaking en ontvangst besluit intrekking verblijfsvergunning naar laatst bekend adres
De staatssecretaris van Justitie trok bij besluit van 7 mei 2002 de verblijfsvergunning van de vreemdeling in. De vreemdeling maakte pas in 2007 bezwaar, waarna de staatssecretaris dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit over het bezwaar, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het besluit van 7 mei 2002 rechtsgeldig bekend was gemaakt. De staatssecretaris stelde dat het besluit naar het laatst bekende adres was verzonden, waarbij de verzenddatum handmatig was ingevuld op de begeleidende brief. De Raad van State bevestigde dat een handmatig ingevulde verzenddatum gelijkgesteld kan worden aan een datumstempel en dat daarmee de verzending aannemelijk is gemaakt.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen voldoende geloofwaardige ontkenning van ontvangst had gegeven en dat de staatssecretaris terecht het bezwaar buiten termijn had verklaard. Omdat de vreemdeling het besluit niet had ontvangen op een adres waar hij woonde, maar hij had nagelaten zijn adreswijziging door te geven, was de verzending naar het laatst bekende adres rechtsgeldig volgens de Awb. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en de verzending van het besluit naar het laatst bekende adres is rechtsgeldig.