ECLI:NL:RVS:2008:BD7338

Raad van State

Datum uitspraak
16 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200708905/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 76d Wet op het voortgezet onderwijsArt. 189 GemeentewetArt. 193 GemeentewetArt. 8:45 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing opname school De Passie in huisvestingsprogramma 2007

Het college van burgemeester en wethouders van Wierden wees de aanvraag van de Stichting Evangelisch Bijbelgetrouw Voortgezet Onderwijs af om de school 'De Passie' op te nemen in het huisvestingsprogramma 2007. De stichting maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit van het college, met de opdracht tot heroverweging.

Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld waarbij ook de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gehoord. De Afdeling oordeelde dat de feiten en omstandigheden die aan de weigering ten grondslag lagen, niet wezenlijk verschilden van eerdere weigeringen voor de programma's 2005 en 2006, die door de Afdeling waren bevestigd.

De bekostiging van 'De Passie' door de staatssecretaris vanaf het schooljaar 2008-2009 leidt niet tot een ander oordeel voor het jaar 2007. Er is geen sprake van een structurele weigering van verplichte uitgaven zoals bedoeld in artikel 193 van Pro de Gemeentewet. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank Almelo en verklaarde het beroep van de stichting ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van de stichting tegen het besluit van 26 juni 2007 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

200708905/1.
Datum uitspraak: 16 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Wierden,
appellant,
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/826 van de rechtbank Almelo van 8 november 2007 in het geding tussen:
de stichting Stichting Evangelisch Bijbelgetrouw Voortgezet Onderwijs, gevestigd te Houten,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wierden.
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wierden (hierna: het college) een aanvraag van de stichting Stichting Evangelisch Bijbelgetrouw Voortgezet Onderwijs (hierna: de stichting) om de school voor voortgezet onderwijs "De Passie" op te nemen op het programma van huisvesting 2007 afgewezen.
Bij besluit van 26 juni 2007 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 november 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 juni 2007 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2008.
De stichting heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. F.J. van der Vaart, advocaat te Enschede, en de stichting, vertegenwoordigd door mr. J.A. Keijser, advocaat te Voorburg, zijn verschenen.
Voorts is daar gehoord de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris), vertegenwoordigd door mr. A.J. Boorsma, advocaat te Den Haag.
2. Overwegingen
2.1. De Afdeling heeft het wenselijk geacht, met overeenkomstige toepassing voor het onderzoek ter zitting van artikel 8:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, de staatssecretaris te horen voor het geven van inlichtingen. Partijen hebben daarmee ingestemd.
2.2. De Afdeling heeft met betrekking tot de programma's van huisvesting 2005 en 2006 bij uitspraken van 29 april 2008, in de zaken met nrs.
200704577/1en
200704581/1, beslissend op de hoger beroepen van het college tegen uitspraken van de rechtbank Almelo, gewezen tussen partijen, geoordeeld dat het college het bekostigingsplafond op nihil heeft mogen vaststellen en om die reden heeft kunnen weigeren "De Passie" op te nemen op die programma's van huisvesting. Wat de feiten en omstandigheden betreft die het college ten grondslag heeft gelegd aan de weigering de stichting op te nemen op het programma van huisvesting 2007, is er geen wezenlijk verschil met de feiten en omstandigheden die ten grondslag hebben gelegen aan de weigering haar op de programma's van huisvesting 2005 en 2006 te plaatsen. In haar verweerschrift heeft de stichting dit uitdrukkelijk onderkend. Dat inmiddels is besloten tot bekostiging van "De Passie" door de staatssecretaris leidt niet tot een ander oordeel, nu deze bekostiging eerst in het schooljaar 2008-2009 een aanvang zal nemen. Anders dan in de visie van de staatssecretaris bestaat ook geen aanleiding voor het jaar 2007 de vaststelling van het bekostigingsplafond op nihil aan te merken als structurele weigering verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 van Pro de Gemeentewet voor medewerking aan de uitvoering van de Wet op het Voortgezet Onderwijs te doen. Nu geen sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden, bestaat geen aanleiding om met betrekking tot het programma van huisvesting 2007 anders te oordelen dan de Afdeling in de hiervoor vermelde uitspraken heeft gedaan.
2.3. Gelet hierop is het hoger beroep gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 26 juni 2007 alsnog ongegrond verklaren.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 november 2007 in zaak nr. 07/826;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. T.G.M. Simons, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Poot
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2008
362.