ECLI:NL:RVS:2008:BD8866
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E.M. Polak
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning keuringsinstantie wegens defect roetmeter
De algemeen directeur van de RDW trok op 10 januari 2008 de erkenning in van appellante voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorvoertuigen tot 3500 kg vanwege het defect raken van de roetmeter tijdens een steekproef op 30 november 2007. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat de erkenninghouder te allen tijde moet zorgen voor deugdelijk functionerende apparatuur, ook als het defect niet verwijtbaar is. Het feit dat de roetmeter voor en na de steekproef goed functioneerde en dat er een onderhoudscontract was, doet hieraan niet af.
Het beleid van de RDW ten tijde van het besluit voorzag in een sanctie van twaalf weken intrekking bij overtreding van de keuringsvoorschriften. De latere beleidswijziging per 1 juni 2008 is niet van toepassing, omdat de overtreding en besluitvorming daarvoor plaatsvonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning voor twaalf weken wordt bevestigd wegens het niet functioneren van de roetmeter tijdens een steekproef.