Uitspraak
200706142/1, met betrekking tot het bestemmingsplan "De Horn", geen aanleiding om ten opzichte van voormelde uitspraak van 5 september 2007 tot een andersluidend oordeel te komen ten aanzien van het standpunt van het college inzake de verkeerssituatie. Daarbij wordt betrokken dat het onderzoek van 13 maart 2006, dat overigens in afwijking van het plan uitgaat van twee ontsluitingswegen in plaats van drie, en het onderzoek van 28 september 2006 evenmin inzichtelijk maken dat als gevolg van het plan de reeds bestaande en door het college erkende verkeersproblematiek in Rijnsburg niet zodanig kan verslechteren dat de grens van wat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nog aanvaardbaar kan worden geacht, zal worden overschreden. Het college heeft het vorenstaande bij het nemen van het besluit omtrent goedkeuring niet onderkend en heeft zich niet in redelijkheid op het standpunt gesteld dat het plan slechts een beperkte toename van het verkeer zal veroorzaken en derhalve in overeenstemming kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening. Niet in geschil is immers dat de oplossing van de bestaande en erkende verkeersproblematiek ter plaatse hoofdzakelijk zal zijn gelegen in een aanpassing van de regionale infrastructuur, zoals de mogelijke aanleg van de Rijnlandroute. Onder deze omstandigheid had het college dit bestemmingplan, dat voorziet in een toename van de verkeersintensiteit op een aantal wegen in Rijnsburg, zoals de Valkenburgerweg, de Nassaulaan en de Kleipettenlaan, uitsluitend mogen goedkeuren indien bedoelde regionale aanpassing ten tijde van het nemen van het bestreden besluit zodanig concreet was dat van de verwezenlijking hiervan redelijkerwijs kon worden uitgegaan en dat zekerheid bestond over de vraag of de lokale infrastructuur het verkeersaanbod op een aanvaardbare wijze zou kunnen verwerken. Deze situatie heeft zich, anders dan de raad en het college betogen, hier niet voorgedaan, aangezien ten behoeve van de aanleg van de Rijnlandroute nog geen planologische besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dat hiervoor reeds een zogenoemde kosten-batenanalyse is gemaakt, dat tussen de gemeente en de provincie afspraken zijn gemaakt omtrent de financiering van de route en dat het voornemen bestaat een milieueffectrapport te laten opstellen ten behoeve van deze route, maakt dat niet anders.