Uitspraak
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200702308/1) kan het begaan van een overtreding van de Wav niet worden aangemerkt als een redelijk alternatief voor gestelde bedrijfsmatige problemen, bestaande uit het niet beschikbaar hebben van voldoende personeel op het moment dat dit voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijk is. Niet is aannemelijk gemaakt dat deze problemen in dit geval niet op een andere wijze hadden kunnen worden voorkomen. Evenmin kan de omstandigheid dat de tewerkstellingsvergunningen enkele dagen later zijn afgegeven, worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid, reeds omdat het dossier en het verhandelde ter zitting geen aanknopingspunt bieden voor het oordeel dat [appellante], zoals zij stelt, contact heeft opgenomen met de Centrale organisatie werk en inkomen en, voordat de tewerkstelling een aanvang heeft genomen, van deze ter zake bevoegde organisatie bericht heeft ontvangen dat de aanvragen om verlening van tewerkstellingsvergunningen waren gehonoreerd en de vergunningen op korte termijn zouden worden afgegeven.