Uitspraak
200708634/1).
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was om de overtreding te voorkomen heeft gedaan. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200704321/1), gelegen in de omstandigheid dat het vereiste uit hoofde van het overgangsregime dat is neergelegd in Bijlage XII Lijst bedoeld in artikel 24 van Pro de Toetredingsakte: Polen, slechts een tijdelijk karakter had, niet omdat het inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van de geconstateerde overtreding is gewijzigd. Op de datum waarop de overtredingen zijn geconstateerd, vond voorafgaand aan de afgifte van een tewerkstellingsvergunning een zogenoemde arbeidsmarkttoets plaats. De afschaffing van deze arbeidsmarkttoets, zoals neergelegd in de Wijziging uitvoeringsregels Wav behorende bij het Delegatie- en Uitvoeringsbesluit Wav van 30 mei 2006, berust evenmin op een gewijzigd inzicht van de wetgever. De arbeidsmarkttoets voor bepaalde bedrijfstakken is afgeschaft ter invulling van de tweede fase van het overgangsregime voor het vrij verkeer van werknemers met de nieuwe lidstaten en had derhalve een tijdelijk karakter. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat deze wijzigingen in de regelgeving van invloed zijn op de ernst van de overtreding, omdat deze ten tijde van de overtreding nog niet van kracht waren en niet met terugwerkende kracht kunnen worden toegepast.