Uitspraak
200204532/1), geoordeeld dat het in de jurisprudentie voor artikel 19 (oud) van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) ontwikkelde urgentievereiste onder werking van het huidige artikel 19, eerste lid, van de WRO, ook in het geval dat het vierde lid van artikel 19 aan Pro de orde is, niet meer kan worden gesteld. Op de besluiten die aan de orde waren in de door [appellant A] vermelde uitspraken van de Afdeling van 24 juli 2002 in zaak nr.
200105007/1en van 14 december 2005 in zaak nr.
200501613/1was artikel 19 (oud) van de WRO van toepassing. De verwijzing naar deze uitspraken kan [appellant A] niet baten reeds omdat ze zijn achterhaald.