ECLI:NL:RVS:2008:BE9874
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid lidstaat voor behandeling asielverzoek en terugkeer na afwijzing volgens Dublinverordening
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De kernvraag was of België als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening verplicht is het in België ingediende asielverzoek opnieuw te behandelen nadat de vreemdeling vanuit Nederland was overgenomen.
De Raad van State stelt vast dat artikel 16 van Pro de Verordening (EG) nr. 343/2003 de verantwoordelijke lidstaat verplicht het asielverzoek volledig te behandelen en de nodige maatregelen te nemen om te zorgen dat een afgewezen vreemdeling het land verlaat. Echter, er bestaat geen verplichting om een eerder ingediend asielverzoek opnieuw te behandelen of een opvolgende aanvraag toe te staan na overdracht.
De vreemdeling had betoogd dat hij niet in de gelegenheid was gesteld een opvolgende asielaanvraag in België in te dienen, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. Uit zijn eigen verklaringen blijkt dat hij direct na overdracht een bevel tot vertrek ontving en geen poging deed een nieuwe aanvraag in te dienen. De Raad van State concludeert dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat België zijn verdragsverplichtingen jegens de vreemdeling niet zal nakomen.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.