ECLI:NL:RVS:2011:BP1917
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing asielaanvraag en overdracht aan Frankrijk
De vreemdeling had meerdere asielaanvragen ingediend die door Nederland werden afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek. Na overdracht aan Frankrijk kreeg zij het bevel het land te verlaten. De vreemdeling stelde dat zij geen nieuwe asielaanvraag in Frankrijk kon indienen, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing vernietigd, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens gebrek aan nieuwe feiten.