Uitspraak
200305350/1, alsnog geweigerd aan onder meer [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor onder meer het vernieuwen van de dakopbouw van de woning op het perceel [locatie] te Amsterdam (hierna: het perceel).
200700595/1) kan worden aanvaard dat in geval van rechtsopvolging onder bijzondere titel, ook de hoedanigheid van aanlegger in een eenmaal in bezwaar of beroep aanhangig gemaakt geschil overgaat van de vervreemder op de rechtsverkrijgende. Blijkens de stukken waren [appellante] en [vergunninghouder] beiden eigenaar van de woning waar de geweigerde vrijstelling en bouwvergunning betrekking op heeft. In 2007 heeft [appellante] de volledige eigendom van de woning verkregen. In een brief van 5 september 2007 heeft [appellante] de rechtbank te kennen gegegeven dat zij de beroepen tegen de besluiten van 23 september 2004 en 31 januari 2006 met betrekking tot de woning wenste voort te zetten. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep van [appellante] terecht ontvankelijk geacht.
www.raadvanstate.nl) is overwogen, wordt met dit voorschrift beoogd dat slechts voor de totale architectonische en stedebouwkundige eenheid bouwaanvragen kunnen worden ingediend. [appellante] kan dan ook niet worden gevolgd in haar standpunt dat het voorschrift niet kan impliceren dat bebouwing op een perceel slechts kan plaatsvinden gelijktijdig en in samenhang met bebouwing op het naastgelegen perceel. Verder is met het door [appellante] overgelegde rapport van ir. M.A. de Boer van 2 december 2004 niet aannemelijk gemaakt dat de dakopbouw geen afbreuk doet aan de architectonische waarde van de omringende bebouwing. Uit de in het dossier aanwezige foto's blijkt dat de dakopbouw verder naar achter is gelegen dan de dakopbouwen van de naastgelegen woningen, zodat het bouwplan afwijkt van de ter plaatse aanwezige architectonische en stedebouwkundige eenheid. Het bouwplan dat ten grondslag ligt aan het besluit van besluit 23 september 2004 is dan ook in strijd met artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b.3, van de planvoorschriften. Overigens was dit al als onbestreden vastgesteld in de uitspraak van 28 april 2004. Deze strijdigheid geldt ook ten aanzien van het bouwplan dat ten grondslag ligt aan het besluit van 31 januari 2006 nu dat eenzelfde ruimtelijke uitstraling heeft.