Uitspraak
200707846/1,
200707911/1en
200707955/1, ter zitting behandeld op 30 juli 2008, waar, voor zover thans van belang, [appellant], in persoon, bijgestaan door mr. J.W. Landman, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door J.J.G. Hopman en Th. van Urk, beiden werkzaam bij het hoogheemraadschap van Rijnland, zijn verschenen.
200603029/1) heeft het niet bekend maken van een beleidsregel niet tot gevolg dat de inhoud van het daarin neergelegde beleid zonder betekenis is, doch slechts dat de aanvaardbaarheid van dat beleid in elk afzonderlijk geval dient te worden aangetoond. Het college heeft in het besluit op bezwaar vermeld wat de inhoud van het beleid is en hoe het verzoek van [appellant] daaraan getoetst is. Volgens het in de nota versie 3.2 neergelegde beleid wordt ten behoeve van de waterkwaliteit en de ecologie ter plaatse van belang geacht dat in een watergang zo min mogelijk overkluizingen aanwezig zijn. Door het maken van steigers boven oppervlaktewater neemt immers de toetreding van licht en lucht in dat water af en daarmee de waterkwaliteit. Een goede waterkwaliteit is eveneens een doel van het Waterbeheersplan 2000. Daarom is in de nota versie 3.2 bepaald dat de steigers maximaal 1 meter breed mogen zijn. Dit beleid was niet onredelijk te achten.