ECLI:NL:RVS:2008:BF2163
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing subsidiebeperking indirecte kosten GGz Groningen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleende subsidie aan de gemeente Groningen voor het project 'GGz Groningen: Continue zorg voor kwaliteit medewerkers'. Vervolgens beperkte de staatssecretaris de subsidiabele indirecte kosten tot tien procent van de totale projectkosten. De gemeente maakte bezwaar tegen deze beperking, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en oordeelde dat de staatssecretaris niet volstond met de verwijzing naar een handleiding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State overwoog dat de subsidieregeling en Europese verordeningen geen ruimte bieden voor een generieke limiet van tien procent op indirecte kosten zonder specifieke motivering per kostenpost. Ook konden de artikelen van de Algemene wet bestuursrecht niet als grondslag dienen voor deze beperking.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris expliciet moet motiveren welke kosten redelijkerwijs niet noodzakelijk zijn. Het besluit van 27 oktober 2006 en het daaropvolgende besluit van 4 maart 2008 werden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de gemeente.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit dat de subsidiabele indirecte kosten beperkt tot tien procent wegens onvoldoende motivering.